10 tips voor beter werken in Flash

Op 17, 18 en 19 november 2009 gaf ik een training Flash. Tijdens deze training publiceerde ik op Twitter 10 Flashtips voor beginnende Flashdesigners (#flashtip).  In dit artikel zal ik deze tips opsommen, uitleggen en voorzien van beeldmateriaal.

Flashtip 1: Alle lagen op slot

Flashtip1: Zet alle lagen op slot, behalve de laag waarin je aan het werken bent.Zet alle lagen op slot, behalve de laag waarin je aan het werken bent. Hiermee voorkom je dat je per ongeluk in de verkeerde laag bezig bent. Als je namelijk in het werkgebied een object aanklikt, dan wordt meteen de laag waarin dat object zich bevindt actief. Je kunt dus ‘per ongeluk’ een heel andere laag actief maken dan waarin je eigenlijk aan het werk bent. En je kunt dan objecten verplaatsen zonder dat je het in de gaten hebt. Zet dus alle lagen op slot, behalve de laag waarin je echt aan het werk bent.

Extra tip: Geleider/hulplijnlaag

Geleider/hulplijnlaagJe kunt een laag omzetten naar een geleider of hulplijnlaag. Hulplijnlagen gebruik je voor objecten die je tijdens het werken in een Flash-bestand nodig hebt, maar die bij het publiceren niet meegenomen mogen worden. Je maakt zo’n laag door met de rechtermuisknop op een laag te klikken en te kiezen voor de optie Geleider (Guide). Een geleiderlaag herken je aan het hamersymbool voor die laag.

Flashtip 2: Optimaliseer vectorpunten

Probeer illustraties in Flash met zo min mogelijk vectorpunten op te bouwen. Hoe minder vectorpunten een afbeelding bevat, hoe minder geheugen het kost.

Bekijk hoeveel vectorpunten onderstaande illustraties hebben. Je ziet de vectorpunten in Flash door een illustratie met het gereedschap Subselectie (witte pijltje) te selecteren.

Optimaliseer vectorpunten

Als je het aantal vectorpunten wilt verminderen, selecteer je de illustratie met het gereedschap Selecteren (zwarte pijltje) en kies je vervolgens onderin het deelvenster Gereedschappen (Tools) voor de optie Rechttrekken (Straighten) of Vloeiend maken (Smooth). De optie Rechttrekken is de meest drastische vorm, omdat Flash dan zoveel mogelijk probeert een geometrische vorm te benaderen.

Je kunt de illustratie ook optimaliseren met Wijzigen > Vorm > Optimaliseren (Modify > Shape > Optimize). De illustratie behoudt dan zoveel mogelijk de oorspronkelijke vorm met een vermindering van het aantal vectorpunten. Je kunt de sterkte van het optimaliseren instellen van 0 tot 100.

Flashtip 3: Transparantie en kleurverlopen kosten geheugen

Wees voorzichtig met het toepassen van transparantie en kleurverlopen in Flash-bestanden. Deze kosten veel geheugen. Vooral als je ze in animaties toepast.
Als je je Flash-bestanden klein wilt houden, kun je beter geen transparantie en egale kleuren toepassen.

Flashtip 4: Maak slim gebruik van symbolen.

Symbolen zijn in Flash heel belangrijk. Als je op een goede manier in Flash wilt leren werken, moet je symbolen gebruiken. Niet alleen omdat ze handig zijn, maar ook omdat je hiermee de bestandsgrootte van een Flash-bestand drastisch kunt beperken.

Illustratie gemaakt met slechts een symbool

Illustratie gemaakt met slechts één symbool.

Een symbool in Flash is een object dat je kunt hergebruiken. Een symbool kan een afbeelding (graphic), een knop (button) of een filmclip (movieclip) zijn. Het origineel noemen we symbool en staat in de bibliotheek (library). In het werkgebied staat de instantie (instance). Je kunt elke instantie apart bewerken. Je kunt ze bijvoorbeeld een andere kleur geven, transparantie, schalen en roteren. Je kunt met één symbool dus heel veel verschillende instanties maken. Als je het origineel wijzigt, geldt deze wijziging wel voor alle instanties.

Flashtip 5: Gebruik transparante knoppen

Transparante knoppen zijn erg handig in Flash. In plaats van objecten om te zetten naar knoppen, kun je er ook een transparante knop overheen leggen. Je hoeft dan maar één transparante knop te maken en deze kun je steeds opnieuw gebruiken. Als je verschillende formaten transparante knoppen nodigt hebt, kun je de knop gewoon verschalen.

Flashtip 6: Foto’s eerst verschalen naar gewenste grootte

Als je foto’s gebruikt in je Flashfilm, gebruik je daar meestal jpg’s voor. De meeste Flashdesigners denken dat Flash deze foto’s automatisch comprimeert met de JPEG-instellingen bij het publiceren. Niet dus.
Flash gaat er namelijk vanuit dat geïmporteerde .jpg-bestanden al zijn gecomprimeerd en dat ze niet nog een keer hoeven te worden gecomprimeerd bij publicatie. De optie JPEG-kwaliteit bij de publicatie-instellingen geldt dus juist niet voor .jpg-bestanden.

Een ander belangrijk punt bij het toepassen van foto’s in Flash is dat als je foto’s in Flash gaat schalen, dat Flash de foto wel kleiner weergeeft, maar niet daadwerkelijk schaalt zoals Photoshop of Fireworks dat doen. Veel Flash-ontwerpers denken dat het bestandsformaat van de Flash-film kleiner wordt als ze foto’s in Flash naar een kleiner formaat schalen, maar dat is niet zo. Zorg er daarom voor dat je foto’s eerst schaalt in Photoshop of Fireworks en pas daarna in Flash importeert.

Flashtip 7: Gebruik framelabels

Als je besluit wijzigingen in je Flashfilm aan te brengen, waardoor je de keyframes moet verplaatsen, moet je ook de ActionScript-code aanpassen. Daarom is het slimmer om met framelabels te werken in plaats van met framenummers. Als je dan keyframes verplaatst, hoef je in ieder geval niet je ActionScript-code te wijzigen.

Flashtip 8: Welke versie van ActionScript kies je?

ActionScript is de ingebouwde scripttaal van Flash.  ActionScript kent drie versies: 1.0, 2.0 en 3.0. Ik kan me voorstellen dat je geen idee hebt welke versie je nu eigenlijk moet gaan leren en gebruiken.

Als je beginner bent in Flash en je hebt verder geen ervaring met programmeren, dan kun je het beste beginnen met ActionScript 2.0. Deze versie is eenvoudiger te leren dan versie 3.0. Als je deze taal voldoende onder de knie hebt of als je meer complexere toepassingen wilt gaan maken, kun je altijd nog overstappen naar ActionScript 3.0. Deze nieuwste versie is eigenlijk alleen echt nodig voor heel complexe toepassingen.

Omdat ActionScript 1.0 verouderd is, adviseer ik je om met deze versie niet meer te beginnen, maar mocht je (per ongeluk) versie 1.0 en 2.0 door elkaar gebruiken, dan hoeft dat voor het resultaat niet eens erg te zijn. Je code is dan wel minder netjes geprogrammeerd. Ik advisseer je wel je ActionScript-code zo netjes mogelijk en zo veel mogelijk volgens de regels te programmeren. Voor eenvoudige toepassingen lijkt dat allemaal niet zo veel uit te maken, maar je zult zien dat je steeds complexere toepassingen wilt gaan maken en dan wordt netjes programmeren steeds belangrijker.

Het is ook mogelijk dat je programmeur bent. Dan raad ik je aan om ActionScript 3.0 te leren.

Flashtip 9: Geef instanties van symbolen het juiste achtervoegsel

Door instantienamen van knoppen en movieclips het juiste achtervoegsel te geven, kun je gebruikmaken van codehints als je zelf ActionScript-code typt. Als je een knop een instantienaam geeft die eindigt op _btn, en je gebruikt deze instantienaam in ActionScript en typt vervolgens een punt, verschijnt automatisch een lijstje met te gebruiken codes. Het is niet verplicht deze achtervoegsels te gebruiken, maar het kan wel heel handig zijn. Bovendien zie je aan de instantienamen ook meteen wat voor soort object de instantie is. Voor een movieclip gebruik je het achtervoegsel _mc.
Als je gebruik maakt van strict data typing hoef je het achtervoegsel niet te gebruiken om de codehints te activeren.

Flashtip 10: Volg een training Flash bij Via Milia (met gratis boek)

Boek Flash CS 4 - de basis van Hedwyg van GroenendaalDeze tip hoef ik waarschijnlijk niet uit te leggen ;-)

Lees hier meer informatie over deze Flash training en kijk wanneer de eerstvolgende is.
Bij de training krijg je mijn boek Flash CS4 - de basis er gratis bij.

Wellicht tot ziens op deze of op een van mijn andere trainingen! :-)

Dit artikel is gepubliceerd in Flash en heeft de tags , , . Bookmark de permalink. Both comments and trackbacks are currently closed.

2 reacties

  1. domin8r
    Gepubliceerd 2009/11/20 om 11:47 | Permalink

    Wat betreft tip 1 : Als je op een layer klikt terwijl je ALT ingedrukt houdt dan gaan alle layers op slot behalve de aangeklikte layer.

  2. Gepubliceerd 2009/11/20 om 12:38 | Permalink

    Goede aanvulling op de tip. Dank je wel.
    Let er wel op dat je op het slotje van die layer klikt met de ALT-toets ingedrukt.

2 trackbacks

  1. [...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Hedwyg v Groenendaal, Hedwyg v Groenendaal. Hedwyg v Groenendaal heeft gezegd: Nieuwe blogpost met uitgebreide uitleg over de 10 Flashtips staat online: http://bit.ly/1Dz8gm #flashtip [...]

  2. Door uberVU - social comments op 2009/11/20 om 11:43

    Social comments and analytics for this post…

    This post was mentioned on Twitter by hedwyg_nl: Nieuwe blogpost met uitgebreide uitleg over de 10 Flashtips staat online: http://bit.ly/1Dz8gm #flashtip…